Verloving / Bruiloft

Via de vader van papa werd je uitgenodigd bij de familie Hulst. Je kende opa via het Zuiderziekenhuis waar jij destijds werkte. Opa had in zijn achterhoofd het idee dat jij leuke dame zou zijn voor de 29-jarige vrijgezelle zoon. Je was hier samen met Gerda om een kopje koffie te drinken. Blijkbaar was de klik er snel want al snel kreeg deze relatie serieuze vormen. Jullie verloving kwam voor jouw enigszins onverwachts. Jullie waren op zoek naar een woning. Bij de ambtenaar vertelde Aad doodleuk dat jullie op 2 november zouden gaan trouwen. Je was waarschijnlijk overdonderd maar zei daarna ja. Heel vaak heb je dit verhaal nog aan mij en anderen verteld, je vond dit een leuk verhaal en moest daar zelf altijd erg om lachen.

Het huis ging niet door maar op 2 november 1965 trouwde jullie. Mieke (je zusje) en Irene (dochter Casimir & Tia) waren jullie bruidsmeisjes. De trouwjurk heb je samen met je moeder gemaakt. Jaren later droeg ik deze op mijn vrijgezellen feestje. Je had deze altijd bewaard voor wie weet wat. Na jullie trouwen woonde jullie een tijdje in bij opa & oma Hulst op de Weimansweg in Rotterdam. Voordat jullie 1e kind Jörgen werd geboren hadden jullie een eigen plek.

Ga hier naar de foto’s

1 reactie op “Verloving / Bruiloft

  1. Adrie (zo werd Aad vroeger genoemd) is de jongste zoon van de oudste dochter en ik ben de oudste zoon van de jongste dochter van onze grootouders.

    Ik heb hem in 1949 leren kennen. In dat jaar verhuisden wij van Landsmeer (de bakermat der “Goede’s”) naar Rotterdam.

    Om mijn moeder de voorbereidingen van de verhuizing wat makkelijker te maken, logeerden mijn broer Kees en ik enige weken bij Oom Harm en Tante Jo (de ouders van Adrie) op de Weimansweg 25.
    De enige aan wie ik werkelijk goede herinneringen uit die tijd heb is Adrie. Kees was 3, ik 5 jaar oud. Adrie was bijna 15 en bemoeide zich erg veel met ons. Hij was net als een oudere broer voor ons.

    Op een goeie middag bouwde hij een tent in het achtertuintje. Als raam fungeerde een groot gat in het doek. Vanuit dat “raam” keken we op de achterkant van de huizen op de Strevelsweg en zagen op de balkonnetjes de was in de wind wapperen. Adrie had een prachtige verchroomde buis waarmee hij van papier gedraaide pijltjes schoot. Wanneer hij aan de punt van zo’n pijltje een naald be-vestigde en goed mikte, bleef dat pijltje aan het wasgoed hangen.

    Dit vonden wij prachtig, het viel echter niet in de smaak van de oudere generatie. De zuster van Adrie rekende zich toen blijkbaar ook al tot de ouderen en had al gauw in de gaten, dat er aan de opvoeding van mijn broer en mij nog heel wat gedokterd moest worden. De situatie werd moeilijk voor Kees en mij en we hadden allebei vreselijk heimwee. Degene, die ons daar telkens weer overheen hielp was Adrie.

    Van 1949 tot 1956 woonden wij in de Oranjeboomstraat. Zo nu en dan kwam Adrie bij ons en daar verheugden we ons altijd op.

    In 1956 verhuisden wij naar Weimansweg 63 en vanaf dat tijstip ging ik veel om met Adrie. Hij had een echte bromfiets en ik mocht hem vaak helpen met poetsen. Vooral wanneer hij verkering had moest dat ding glimmen!
    “Verkering” is iets wat tegenwoordig waarschijnlijk niet meer bestaat. Zeker niet, zoals dat in de jaren 50 en 60 het geval was. Casimir, Aad’s oudste broer heeft mij een keer verteld, hoe dat met hem en Tia vroeger ging. Hoewel zowel Casimir als Tia volwassen waren (Tia’s eerste man was overleden in Indonesie, zij was dus weduwe en had al een zoontje), werden zij gedurende hun eerste periode van kennismaking behandeld als kinderen. Wanneer het na tienen was, en dus tijd voor één van de twee om naar huis te gaan, kregen ze om afscheid te nemen “10 minuten in de gang”. Ik stel me voor, dat het met Aad en Nel net zo is gegaan.

    De eerste tijd na hun trouwen hebben Aad en Nel bij Aad’s ouders op Weimansweg 25 gewoond. Vele jonge stellen waren door de nog steeds heersende woningnood gedwongen, bij hun ouders “in te wonen”. Zeker geen ideale situatie. Nel wist echter vanaf het begin met veel fijngevoeligheid en ook met de nodige dosis humor de relatie met haar schoonouders goed te houden.

    Nog voor de geboorte van Jörgen heb ik Aad en Nel op hun eerste eigen plekje aan de Burgemeester Meineszlaan bezocht. Hun geluk met deze bevrijding is me nog heel goed in herinnering.

Reacties zijn gesloten.